Stagereglement
De Raad van Toezicht van de Orde van Advocaten te Maastricht gezien artikel 26 van de Advocatenwet alsmede de Stageverordening acht het wenselijk het stagereglement vastgesteld in de vergadering van 20 september 2002 te actualiseren voor wat betreft de bepalingen inzake verlenging en einde van de stage en heeft in zijn vergadering van 15 april 2005 op onderdelen wijzigingen doorgevoerd en vastgesteld, alsmede in zijn vergadering van 18 januari 2007.
ALGEMEEN
Artikel 1
In dit reglement wordt verstaan onder:
-
De binnenstagiaire:
De advocaat die niet in het bezit is van de verklaring als bedoeld in artikel 10 Stageverordening 1988 en hetzij in loondienst is van (het kantoor van ) zijn patroon hetzij deel uitmaakt van het organisatorisch verband waarin zijn patroon de praktijk uitoefent en die tevens op hetzelfde adres werkzaam is.
-
De buitenstagiaire:
De advocaat die niet in het bezit is van de verklaring als bedoeld in artikel 10 stageverordening 1988 en anders dan ten kantore van zijn patroon de praktijk uitoefent.
-
De ondernemer-stagiaire:
De hiervoor sub a en b genoemde advocaat die de praktijk voor eigen rekening en risico uitoefent.
-
De mentor:
Een door de Raad van Toezicht uit zijn midden benoemd lid dat met de stagiaire het verloop van de stage en van de opleiding bespreekt.
Artikel 2
Dit reglement geldt ten aanzien van stagiaires werkzaam binnen het kantoor van de patroon, terwijl voor stagiaires werkzaam buiten het kantoor van de patroon de bepalingen van dit reglement enkel gelden voor zover geen afwijkende bepalingen van het “buitenpatronaatreglement “ vastgesteld op 20 september 2002 dat van dit reglement deel uitmaakt van toepassing zijn.
Artikel 3
3.1 De advocaat die met het patronaat wenst te worden belast dient daarvoor goedkeuring te krijgen van de Raad van Toezicht.
3.2 De Raad van Toezicht kan aan de goedkeuring van een patronaat nadere voorwaarden verbinden.
3.3 Goedkeuring aan een patronaat kan worden onthouden onder meer als de beoogdepatroon naar het oordeel van de Raad op zodanige wijze in strijd met de Advocatenwet en de daarop gebaseerde regelgeving respectievelijk het gedrag- en/of tuchtrecht heeft gehandeld of handelt, dat er naar het oordeel van de Raad onvoldoende waarborgen zijn voor een goede invulling/uitoefening van het patronaat.
3.4 De Raad kan goedkeuring van het patronaat intrekken ingeval de patroon naar het oordeel van de Raad op zodanige wijze in strijd met de Advocatenwet en de daarop gebaseerde regelgeving respectievelijk het gedrag- en/of tuchtrecht heeft gehandeld of handelt, dat er naar het oordeel van de Raad onvoldoende waarborgen zijn voor een goede verdere invulling/uitoefening van het patronaat.
3.5 Een patroon kan met goedkeuring van de Raad patroon worden over ten hoogste twee stagiaires, van wie maximaal een buitenstagiaire. Een patroon kan slechts patroon van een tweede stagiaire worden indien zijn/haar eerste stagiaire meer dan een jaar onafgebroken als advocaat werkzaam is.
3.6 De aspirant stagiaire zal voorafgaand dan wel gelijktijdig met de indiening van het beëdigingrekest aan de Deken ter goedkeuring overhandigen:
- indien de stagiaire in loondienst gaat werken: afschrift van de arbeidsovereenkomst;
- indien de stagiaire in een kantoorcombinatie gaat werken: afschrift van de samenwerkingsovereenkomst;
- indien de stagiaire in maatschapsverband gaat werken: afschrift van de maatschapsovereenkomst.
Ingeval van tussentijdse wijziging van een overeenkomst als bedoeld in dit artikel dient
de voorgenomen wijziging van de overeenkomst vooraf ter goedkeuring aan de Deken te
worden overgelegd.
3.7 De stagiaire zal de praktijk uitoefenen als volledige dagtaak in een ten minste 40-urige werkweek.
3.8 De stagiaire die op de voet van het bepaalde in artikel 9b tweede lid van de Advocatenwet in deeltijd werkzaam wenst te zijn dient van het voornemen daartoe kennis te geven aan de Raad. Met toepassing van artikel 8 lid 2 van de Stageverordening stelt de Raad van Toezicht het minimum aantal uren per week dat de stagiaire praktijk uitoefent vast op 20 uren binnen de reguliere kantoortijd. De stageduur zal naar evenredigheid worden verlengd.
OPLEIDING
Artikel 4
4.1 De stagiaire is verplicht de door de Orde van Advocaten verplicht gestelde beroepsopleiding voor stagiaires te volgen. De stagiaire is verplicht zich zo spoedig mogelijk na diens beëdiging in te schrijven voor de eerst mogelijke cursus van de hiervoor bedoelde beroepsopleiding.
4.2 De stagiaire is verplicht lid te worden van de Vereniging Jonge Balie in het arrondissement Maastricht. De patroon bevordert dat de stagiaire zoveel mogelijk aan de activiteiten daarvan deelneemt.
4.3 Naast de door de Algemene Raad verplicht gestelde opleidingsmaatregelen, inhoudende het met goed gevolg afleggen van de beroepsopleiding en het volgen van VSO cursussen van respectievelijk 48 (zie punt 4.3.1.) en 40 (zie punt 4.3.2.) punten, verplicht de Raad van Toezicht de stagiaire 34 opleidingspunten (zie punt 4.3.4.) te behalen.
4.3.1. Tot de najaarscyclus beroepsopleiding 2005 dient de stagiaire in het kader van de door de Algemene Raad verplicht gestelde opleidingsmaatregelen 4 VSO-cursussen te volgen van in totaal 48 punten.
4.3.2. Met ingang van de najaarscyclus beroepsopleiding 2005 (per 1 september 2005) dient de stagiaire in het kader van de door de Algemene Raad verplicht gestelde opleidingsmaatregelen 40 VSO-punten te behalen door het volgen van VSO-cursussen waarbij geldt dat tenminste de helft van deze punten dient te zijn behaald met een opleiding betrekking hebbend op een juridisch onderwerp.
4.3.3. Overgangsregime landelijke verplicht gestelde opleidingspunten in het kader van de VSO:
Elke stagiaire van wie de stage vóór de start van de najaarscyclus 2005, dus vóór 1 september 2005, eindigt dient vier VSO-cursussen te hebben behaald ongeacht het behaald aantal punten van die VSO-cursussen;
Elike stagiaire van wie de stage eindigt na de start van de najaarscyclus 2005 (dus na 1 september 2005) dient ten minste 40 VSO-punten te hebben behaald waarbij de gevolgde VSO-cursussen van de Orde, OSR en CPO-KUN van vóór 1 januari 2005 worden gewaardeerd op 12 punten per cursus. Voor wat betreft de cursussen die na 1 januari 2005 zijn gevolgd dienen de behaalde VSO-opleidingspunten te worden geteld.
4.3.4. In het kader van de plaatselijk verplicht gestelde opleidingspunten dient de stagiaire:
a. minimaal 12 opleidingspunten te behalen door het bijwonen van het jaarlijks door de Verenigingen Jonge Balie Maastricht en Roermond te organiseren Jonge Balie congres (elk 4 punten). In bijzondere gevallen kan, na voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht, een congres worden vervangen door een PAO-cursus, danwel een door de Raad van Toezicht erkende cursus, mits de stagiaire een bewijsstuk overlegt waaruit blijkt dat de stagiaire de cursus heeft gevolgd. Voor deze vervangende cursus geldt dat 60 minuten onderwijs één punt oplevert.
b. 4 opleidingspunten te behalen als pleiter door deel te nemen aan de door de Jonge Balie georganiseerde pleitwedstrijden, tenzij inmiddels in een ander arrondissement aan deze dan wel aan een naar het oordeel van de Raad aldaar vergelijkbare verplichting is voldaan.
c. 18 punten te behalen door:
- het minimaal 4 keer per jaar bijwonen van de door de Jonge Balie georganiseerde lezingen (1 punt per lezing);
- het minimaal 2 keer per jaar bijwonen van de door de Jonge Balie georganiseerde pleitwedstrijden (1 punt per pleitwedstrijd)
- deel te nemen aan activiteiten waarvan door de Raad van Toezicht is bepaald dat deze worden aangemerkt als opleidingsmaatregelen voor stagiaires en waaraan door de Raad van Toezicht voor deelname opleidingspunten zijn toegekend, waarbij door de Raad van Toezicht kan worden bepaald dat deze punten in de plaats komen van de met lezingen en/of pleitwedstrijden als bedoeld onder punt a. en b. te behalen punten.
Het bestuur van de Jonge Balie noteert de aanwezigheid van stagiaires bij de door haar georganiseerde opleidingen en verstrekt aan de Raad van Toezicht een verklaring waaruit blijkt hoeveel opleidingspunten de stagiaire daarmee heeft behaald.
4.4. De patroon stelt de stagiaire in de gelegenheid zonder compensatie met vrije dagen en/of zonder verlies van inkomsten van de stagiaire bovenomschreven opleidingen te volgen, de voorbereidende werkzaamheden te verrichten en de examens c.q. toetsen af te leggen.
4.5. Voor de aanvang van de stage maken patroon en stagiaire afspraken omtrent de voldoening van de kosten verband houdende met de verplicht gestelde opleidingsmaatregelen. Voorzover deze afspraken afwijken van de richtlijnen “arbeidsvoorwaarden stagiaires” dienen deze schriftelijk te worden vastgelegd.
4.6. De stagiaire die vrijstelling wenst van een of meer door de Raad van Toezicht verplicht gestelde opleidingsmaatregelen dient daartoe tijdig een schriftelijk en gemotiveerd verzoek in te dienen bij de Raad van Toezicht.
BEGELEIDING
Artikel 5
5.1 De patroon geeft aan zijn stagiaire leiding, voorlichting en raad met betrekking tot zijn gehele praktijkvoering, zowel ten aanzien van de behandeling, de voortgang en de diversiteit van zaken, als ook ten aanzien van zijn introductie bij en zijn optreden jegens de rechterlijke macht, confrères en cliënten.
5.2 De patroon verschaft de stagiaire zo ruim mogelijk inzicht in de verschillende aspecten van de praktijkvoering alsmede in de wijze van de kantoororganisatie, de wijze van inrichting van de administratie en boekhouding en tevens in de financiële afwikkeling der zaken, waaronder het opstellen van declaraties.
5.3 De stagiaire is verplicht de door de patroon te geven begeleiding loyaal te aanvaarden.
5.4 De patroon en de stagiaire dienen voor het onderling overleg zoveel tijd als nodig is beschikbaar te hebben en daarvoor bereikbaar te zijn.
5.6 De patroon controleert en bespreekt in ieder geval gedurende de eerste zes maanden van de stage in principe dagelijks alle inkomende en uitgaande post alsmede de door de stagiaire opgestelde processtukken.
5.7 De patroon bespreekt gedurende het verdere eerste stagejaar minimaal twee maal per week de zaken van de stagiaire en houdt toezicht op de voortgang daarvan. Gedurendehet tweede stage jaar vinden deze besprekingen minimaal eenmaal per week plaats en verder zo dikwijls als door de patroon en/of de stagiaire nodig wordt geacht.
5.8 De patroon bevordert dat de stagiaire ten minste twee comparities en pleidooien van de patroon c.q. een kantoorgenoot heeft bijgewoond alvorens als advocaat te pleiten.
5.9 De patroon zal gedurende het eerste stagejaar ten minste twee maal een pleidooi en een comparitie in foro van de stagiaire bijwonen en de betreffende behandeling kort daarna met de stagiaire bespreken en indien nodig suggesties ter verbetering doen.
5.10 De stagiaire wordt regelmatig betrokken in een zaak die de patroon in behandeling heeft, hetgeen onder meer inhoudt:
- het houden van een voorbespreking met de stagiaire waarbij de patroon hem zijn mening geeft over de zaak en de aanpak van de zaak;
- het laten bijwonen van gesprekken met cliënten en, zo mogelijk, met de wederpartij;
- het laten opstellen door de stagiaire van conceptbrieven en -processtukken, welkevervolgens door de patroon met de stagiaire worden besproken;
- het laten bijwonen van de behandeling van een zaak, in het bijzonder van pleidooien/mondelinge behandelingen;
- het bespreken van de afloop van de zaak met de stagiaire.
EVALUATIE
Artikel 6
6.1 Eenmaal per jaar brengt de patroon schriftelijk verslag uit aan de Raad van Toezicht over het verloop van de stage, welk verslag tevoren door de patroon met de stagiaire wordtbesproken. De patroon maakt daarvoor gebruik van het door de Raad van Toezicht aan hem/haar toegezonden formulier.
6.2 De Raad van Toezicht benoemt uit zijn midden een mentor. De mentor zal in het eerste stagejaar twee gesprekken en in het tweede stagejaar één gesprek met de stagiaire hebben over het verloop van de stage en van de opleiding
VERLENGING EN EINDE VAN DE STAGE
Artikel 7
7.1 Na drie jaar, dan wel na het verstrijken van de verlengde stageperiode als bedoeld in artikel 3.8, kan de stagiaire een verzoek aan de Raad van Toezicht richten tot het verkrijgen van een stageverklaring. De Raad van Toezicht beslist eerst op een verzoek tot afgifte van de stageverklaring na ontvangst van het verslag als bedoeld in artikel 6.1.
7.2 Aan de stagiaire die naar het oordeel van de Raad van Toezicht onvoldoende heeft deelgenomen aan de voor hem verplicht gestelde opleidingsmaatregelen, alsmede de stagiaire die anderszins niet aan de vereisten gesteld in de Stageverordening en in het Stagereglement heeft voldaan dan wel over onvoldoende praktijkervaring beschikt zal destageverklaring worden onthouden.
In dat geval bepaalt de Raad van Toezicht, gehoord de stagiaire en de patroon, binnenwelke termijn en op welke wijze de stagiaire alsnog de voorwaarden dient te vervullen teneinde de stageverklaring te verkrijgen.
7.3 De stagiaire en de patroon zijn gehouden de Raad van Toezicht in kennis te stellen van de periode dat de stagiaire geen patroon heeft of de praktijk niet onder toezicht van eenpatroon heeft uitgeoefend dan wel kan uitoefenen, dan wel ingeval van afwezigheid van meer dan twee maanden, bijvoorbeeld wegens ziekte of zwangerschap.
7.4 De Raad van Toezicht is bevoegd de stageduur te verlengen indien de praktijkuitoefening voor een periode van 2 maanden of langer onderbroken is geweest of de praktijk niet onder toezicht van een patroon werd uitgeoefend en/of de betrokken stagiaire naar het oordeel van de Raad van Toezicht over onvoldoende praktijkervaring beschikt.
7.5 De patroon zal bij voorkeur aan het einde van het tweede stagejaar, doch uiterlijk 6 maanden voor het einde van de stageperiode met de stagiaire overleg voeren of voor de stagiaire de mogelijkheid bestaat om na afloop van de stage aan het kantoor van de patroon verbonden te blijven en zo ja, onder welke voorwaarden.
SLOTBEPALINGEN
Artikel 8
8.1 Dit reglement treedt in werking op 18 januari 2007.
8.2 In alle gevallen betreffende de stage of het patronaat waarin door de Stageverordening en/of dit reglement niet wordt voorzien, beslist de Raad.
8.3 De Raad van Toezicht is bevoegd zowel om nadere voorwaarden te stellen als om af te wijken van de bepalingen van dit reglement, indien zich zeer bijzondere omstandigheden voordoen die daartoe aanleiding geven.
8.4 Het onderhavige reglement geldt voor die stagiaires die deelnemen aan de vernieuwde beroepsopleiding welke voor het eerst wordt gegeven in maart 2003. Op stagiaires die deelnemen/ deel hebben genomen aan de beroepsopleiding vóór maart 2003 blijft het stagereglement van 30 oktober 1998, gewijzigd 19 oktober 2001, van toepassing.Dit stagereglement maakt onderdeel uit van de rechtsverhouding tussen patroon en stagiaire en dient gehecht te worden aan de overeenkomst gesloten tussen patroon en stagiaire.
8.5 Dit stagereglement maakt onderdeel uit van de rechtsverhouding tussen patroon en stagiaire en dient gehecht te worden aan de overeenkomst gesloten tussen patroon en stagiaire.
Maastricht, 18 januari 2007
De Deken De Secretaris
De Raad van Toezicht van de Orde van Advocaten te Maastricht, overwegende:
Ingevolge artikel 9b lid 3 van de Advocatenwet is elke advocaat verplicht gedurende de eerste 3 jaar waarin hij als zodanig is ingeschreven als stagiaire de praktijk uit te oefenen onder toezicht van een andere advocaat -de patroon- en bij deze kantoor te houden.
Ingevolge artikel 9b lid 3 van de Advocatenwet kan de Raad van Toezicht vrijstelling verlenen van deze verplichting indien naar het oordeel van de Raad een behoorlijke Praktijkuitoefening, de financiering van de praktijk en de dekking van het risico van de beroepsaansprakelijkheid van de stagiaire, overeenkomstig de daaromtrent geldende voorschriften bij of krachtens de Advocatenwet, verzekerd is. Een verleende vrijstelling kan worden ingetrokken.
Ingevolge de Stageverordening behoeft elk patronaat de goedkeuring van de Raad.
De Raad voert reeds geruime tijd een restrictief beleid bij het aan stagiaires verlenen van vrijstelling van de verplichting om bij de patroon kantoor te houden.
Uitgangspunt van het door de Raad gevoerde beleid is, dat de opleiding van de stagiaire alleen goed kan plaatsvinden ten kantore van de patroon. Het meelopen in de dagelijkse praktijk op een bestaand kantoor is een welhaast onvervangbaar element in de opleiding. Indien in uitzonderingsgevallen de opleiding niet op een bestaand kantoor plaatsvindt zal de begeleiding door de buitenpatroon zodanig intensief moeten zijn, dat de nadelen daarvan in belangrijke mate worden opgeheven.
De Raad ziet er daarom bij gebruikmaking van de bevoegdheid als bedoeld in artikel 9b lid 3 van de Advocatenwet op toe dat ten minste aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- De stagiaire dient aan te tonen dat intensieve sollicitatieactiviteiten niet tot resultaat hebben geleid om bij een patroon op kantoor stage te lopen. Behoudens dringende noodzaak behoren sollicitaties niet tot één arrondissement beperkt te blijven. In beginsel zal de Raad geen relevante betekenis toekennen aan de zogenaamde open sollicitaties.
- De stagiaire dient kantoor te gaan houden tezamen met ten minste één advocaat die reeds een stageverklaring heeft verkregen.
- De stagiaire dient aan te tonen dat hij zal kunnen beschikken over een behoorlijke huisvesting, voorzien van de nodige inventaris, vakliteratuur en communicatie-middelen. De stagiaire maakt aannemelijk dat hij voor een periode van ten minste 3 jaar over deze of gelijkwaardige kantoorruimte kan beschikken.
Tevens dient de stagiaire aan te tonen dat de bereikbaarheid van zijn kantoor gedurende de reguliere kantoortijden verzekerd is en dat bij afwezigheid voor passende waarneming van de praktijk kan worden zorggedragen.
- De stagiaire moet in beginsel zelf zorgdragen voor het vinden van een door de Raad van toezicht acceptabele patroon die bereid is conform dit reglement als zodanig op te treden. De patroon dient ten minste 7 jaar als advocaat te zijn ingeschreven en werkzaam te zijn in het arrondissement Maastricht. Gezien de moeilijke en veeleisende taak van de buitenpatroon zal deze niet reeds een ander buitenpatronaat mogen voeren of dit gaan vervullen.
Zo de patroon nog patroon over een andere stagiaire is dient die andere stagiaire kantoor te houden bij de patroon.
- Er zal een goede onderlinge bereikbaarheid moeten zijn tussen het kantoor van depatroon en de stagiaire.
- De patroon dient zich vooraf ten opzichte van de Raad schriftelijk bereid te verklaren tot het uitoefenen van toezicht op en het verlenen van ondersteuning en begeleiding van de stagiaire zoals in de Stageverordening aangegeven en zoals daaraan in dit reglement verder inhoud is gegeven.
-
De navolgende minimale bezoekfrequentie tussen patroon en stagiaire dient te wordenaangehouden:
- gedurende het eerste stagejaar zal de patroon één maal per week het kantoor van de stagiaire bezoeken en de stagiaire één maal per week het kantoor van de patroon;
- gedurende het tweede stagejaar zal de stagiaire één maal per week het kantoor van de patroon bezoeken en de patroon één maal per twee weken het kantoor van de stagiaire;
- gedurende het derde stagejaar zal de patroon afwisselend de ene week het kantoor van de stagiaire bezoeken en de stagiaire de andere week het kantoor van de patroon.
- Bij de in punt 7 genoemde bezoeken dienen behalve de lopende problemen ten aanzien van de kantoororganisatie en de praktijkuitoefening tevens te worden gecontroleerd en besproken de uitgaande post van de stagiaire en de door hem int e dienen processtukken.De patroon ziet er op toe dat de administratie van de stagiaire bijblijft en dat diens boekhouding blijvend voldoet aan de Boekhoudverordening.
- De patroon zal één maal per zes maanden uit eigen beweging uitvoerig schriftelijk aan de Raad rapporteren over zijn bevindingen. Daarin zal hij met name aandacht besteden aan:
- de kwaliteit van de werkzaamheden van de stagiaire;
- het optreden van de stagiaire in woord en geschrift ten opzichte van de rechterlijke macht, confrères, cliënten en tegenpartijen;
- de inrichting van administratie en boekhouding van de stagiaire;
- de naleving door de stagiaire van de verplichtingen uit de diverse verordeningen,richtlijnen, gedragsregels, etc;
- de inrichting van het kantoor van de stagiaire;
- de aard van de tekortkomingen, die hij bij de stagiaire heeft geconstateerd, alsmede
- de wijze waarop daarin verbetering kan worden aangebracht.
- De stagiaire die vrijstelling wenst van de verplichting bij de patroon kantoor te houden zal de raad uitvoerig en gedocumenteerd moeten inlichten over de financiering van de voorgenomen praktijk.
- Daartoe zal de stagiaire een begroting voor de gehele duur van de stage overleggen. Deze begroting zal vergezeld gaan van een toelichting waaruit blijkt op welke feiten en omstandigheden de verwachte omzetten en kosten zijn gebaseerd.
- In het algemeen zal de stagiaire dienen te beschikken over een vrij krediet of een liquide vermogen ter grootte van één jaar bruto minimum loon, vermeerderd met één jaar praktijkkosten, waarin begrepen de hoofdelijke omslag voor de Nederlandse en de Maastrichtse Orde van Advocaten en premies van de verzekeringen terzake van beroepsaansprakelijkheid en arbeidsongeschiktheid.
- Er dient voorzien te zijn in een afdoende arbeidsongeschiktheidsverzekering voor de duur van de stage.
Indien aan bovenstaande voorwaarden niet kan worden voldaan zal de Raad in beginsel geen medewerking verlenen aan een buitenpatronaat.
Indien de Raad vrijstelling verleent van de verplichting bij de patroon kantoor te houden, geschiedt dit steeds onder voorwaarde dat de Raad de vrijstelling zal kunnen doen vervallen indien niet of niet meer aan bovenstaande voorwaarden wordt voldaan.
Bovendien houdt de raad zich het recht voor om over te gaan tot stageverlenging wanneer aan dit reglement niet of niet behoorlijk is voldaan dan wel anderszins blijkt dat de stagiaire gezien de opgedane ervaring nog niet of onvoldoende in staat kan worden geacht zelfstandig praktijk te voeren.
Aldus opnieuw vastgesteld in de vergadering van de Raad van Toezicht van de Orde van Advocaten in het arrondissement Maastricht van 20 september 2002.
De Deken De Secretaris