Pleitreglement
REGLEMENT
Pleitwedstrijden Jonge Balie Maastricht.
1 Algemeen
- Dit Reglement geldt voor stagiaires op wie van toepassing is het Stagereglement van het arrondissement Maastricht d.d. 15 april 2005.
- Het Jonge Balie Bestuur van het arrondissement Maastricht organiseert per kalenderjaar tenminste 3 pleitwedstrijden, één van strafrechtelijke en de overige van civielrechtelijke aard. De wedstrijden vinden plaats in één van de zittingszalen van de rechtbank Maastricht.
- Alle stagiaires in het arrondissement Maastricht zijn op grond van artikel 4.3. sub c van het Stagereglement van de Orde van Advocaten in het arrondissement Maastricht verplicht minimaal 2 keer per jaar de door het Jonge Balie Bestuur georganiseerde pleitwedstrijden bij te wonen; het bijwonen van een dergelijke wedstrijd levert 1 punt op in het kader van de opleiding.
- Bewijs van bijwonen wordt enkel geleverd door het invullen van de presentielijst aan het begin en aan het eind van de wedstrijd. Pleiters hoeven de presentielijst niet in te vullen; het Bestuur van de Jonge Balie zorgt hiervoor.
- Stagiaires die de pleitwedstrijd wensen bij te wonen dienen op tijd, dwz. vóór aanvang van de wedstrijd, in de hal van de rechtbank aanwezig te zijn. Aan stagiaires die later arriveren dan de aanvang van het pleidooi van gedaagde in de eerste casus (civiel) respectievelijk de aanvang van het rekwisitoor van de officier van justitie (straf), wordt het niet meer toegestaan de presentielijst te tekenen.
- Alle stagiaires in het arrondissement Maastricht zijn op grond van artikel 4.3. sub b van het Stagereglement van het arrondissement Maastricht verplicht 4 punten te behalen door als pleiter deel te nemen aan één van de in lid 1 genoemde pleitwedstrijden. Bij niet deelname zal het Bestuur van de Jonge Balie de Raad van Toezicht daarover informeren.
- Deelname geschiedt in principe op volgorde van anciënniteit (i.e. datum beëdiging), met dien verstande dat door de deelnemers kan worden geopteerd voor de strafrechtelijke pleitwedstrijd. Bij onvoldoende aanmeldingen voor de strafrechtelijke wedstrijd, zal het Jonge Balie Bestuur naar eigen inzicht de nog ontbrekende deelnemers aanwijzen. Het Bestuur van de Jonge Balie streeft er naar om stagiaires na hun 1e stagejaar te laten deelnemen aan de wedstrijden.
- Het pleiten geschiedt in toga.
- De winnaar van de strafrechtelijke pleitwedstrijd dient namens de Jonge Balie Maastricht deel te nemen aan de Bossche pleitwedstrijden. De winnaars van de civielrechtelijke pleitwedstrijden dienen deel te nemen aan één van de hogere civielrechtelijke wedstrijden, zoals de Zuidelijke Pleitwedstrijden, en de Inter-Limburgse Pleitwedstrijden.
- De presentielijsten worden door het Bestuur van de Jonge Balie aan de Raad van Toezicht ter hand gesteld. De stagiaires houden zelf bij welke resp. hoeveel wedstrijden zij hebben bijgewoond.
2 De civiele pleitwedstrijd
- De civiele casus kan betreffen een Kort Geding of een civielrechtelijk pleidooi; dit volgt uit de casus. In geval van een Kort Geding dient – uit praktische overwegingen – er van te worden uitgegaan dat er sprake is van spoedeisend belang (dit is een vaststaand gegeven).
- Het pleidooi duurt ten hoogste 15 minuten. De voorzitter van de jury zal hier strikt de hand aan houden. Aan elk der partijen wordt de gelegenheid gegeven tot repliek resp. dupliek; partijen hebben hiervoor ieder 5 minuten de tijd.
- De jury heeft te allen tijde gelegenheid tot het stellen van vragen aan de partijen.
- De betreffende pleitcasus wordt aan de deelnemers toegezonden, gelijktijdig en 2 weken voor de wedstrijd, met daarbij een kopie van het reglement, tijdschema en eventuele overige nodige informatie.
- Het is partijen niet toegestaan om van de in de casus aangegeven feiten af te wijken en producties over te leggen, een en ander op straffe van het niet hebben voldaan aan de pleitverplichting.
- Het is partijen niet toegestaan om ten aanzien van de casus althans de wedstrijd in onderling overleg te treden, eveneens op straffe van het niet hebben voldaan aan de pleitverplichting.
- Partijen dienen te pleiten conform de geschreven en ongeschreven regels van Wet, beleid en praktijk en zonder “aanpassing” aan het publiek.
3 De strafrechtelijk pleitwedstrijd
- Uit de betreffende casus volgt voor welke strafrechter wordt gepleit. De verdachte is niet lijfelijk aanwezig; de pleiter is gemachtigd conform artikel 279 Sv. Een officier van justitie is aanwezig.
- Elke casus zal door 2 deelnemers worden bepleit; de opponent van iedere deelnemer is de officier van justitie.
- De casus met dossierstukken zal aan iedere deelnemer worden toegezonden, gelijktijdig en 2 weken voor de wedstrijd, met daarbij een kopie van het reglement, het tijdschema en eventuele overige nodige informatie. De dossierstukken dienen na de wedstrijd ter vernietiging te worden geretourneerd aan het Bestuur van de Jonge Balie.
- Indien de eerste deelnemer van ‘een koppel’ pleit, is de tweede deelnemer van dit ‘koppel’ niet in de rechtzaal aanwezig. Alvorens de eerste deelnemer zal aanvangen met het pleidooi, zal de officier van justitie de zaak voordragen en vervolgens rekwireren (derhalve in aanwezigheid van beide deelnemers).
- Een pleidooi duurt ten hoogste 15 minuten. De voorzitter van de jury zal hier strak de hand aan houden. Aan de officier van justitie wordt gelegenheid geboden voor repliek (ten hoogste 5 minuten); de pleiter krijgt vervolgens gelegenheid voor dupliek (ten hoogste 5 minuten).
- De jury heeft te allen tijde gelegenheid tot het stellen van vragen aan de partijen.
- Het is deelnemers niet toegestaan om van de in de casus aangegeven feiten af te wijken en producties over te leggen, een en ander op straffe van het niet hebben voldaan aan de pleitverplichting.
- Het is deelnemers verboden om ten aanzien van de casus althans de wedstrijd in onderling overleg te treden, eveneens op straffe van het niet hebben voldaan aan de pleitverplichting.
- Deelnemers dienen te pleiten conform de geschreven en ongeschreven regels van Wet, beleid en praktijk en zonder “aanpassing” aan het publiek.
4 De jury
- De jury bestaat uit drie personen, welke in beginsel afkomstig zijn uit de rechterlijke macht, de wetenschap en/of de advocatuur. De jury zal fungeren als het rechtsorgaan zoals uit de betreffende casus volgt.
- De jury wijst uit haar midden een voorzitter aan.
- De jury beoordeelt de pleidooien aan de hand van de navolgende criteria:
- Juridische inhoud: zijn de stellingen juridisch relevant en goed onderbouwd?
- Stijl: is het pleidooi goed opgebouwd, maakt de pleiter goed gebruik van de taal?
- Inzet: hoe sterk maakt de pleiter zich voor zijn client?
- Aandacht: weet de pleiter de aandacht van de jury te trekken en vast te houden?
- Voor ieder criterium wordt een cijfer gegeven. Voor criteria a. en b. op een schaal van 1 tot 10. Voor de criteria c. en d. op een schaal van 1 tot 5.
- De pleiter met de hoogste score is de winnaar van de betreffende pleitwedstrijd. Bij een gelijke score is doorslaggevend de score met betrekking tot criterium a. Indien er dan nog steeds sprake is van een gelijke score beslist het lot.
- Uitspraak in iedere casus wordt gedaan na beraad op de dag van de pleitwedstrijd. De jury zal de pleitresultaten uit educatief oogpunt plenair bespreken.
- De deelnemers ontvangen van de jury een exemplaar van het beoordelingsformulier.
5 Het Publiek
- Tijdens het bijwonen van de pleitwedstrijd dienen de toehoorders zich te gedragen zoals dit in een rechtzaal hoort en op een wijze die niet storend is voor de pleiters, de jury of de andere toehoorders.
6 Slotbepaling
- In alle gevallen waarin dit Reglement niet voorziet, dan wel dit Reglement een soepel wedstrijdverloop in de weg staat, beslist het Bestuur van de Jonge Balie.
- Dit reglement treedt in werking op 1 september 2005. Wijziging geschiedt door het Jonge Balie Bestuur, na goedkeuring van de Raad van Toezicht.
|